STEVE TALLIS

 

“Blues from the Maylands Delta, Australia…“

Als er een vorm van blues is die specifiek is voor Australië, moet het de blues van Steve Tallis zijn, aangezien zijn blues geen kopie of variant is van de bekende vormen, die decennia geleden in de Verenigde Staten ontstonden.

De charismatische en kleurrijke Steve Tallis kan al terugblikken op een carrière van bijna zestig jaar. Deze singer/songwriter van Down Under begon al te musiceren in 1962. Vanaf zijn jeugd is hij ondergedompeld geweest in de muziek van zijn Macedonische voorouders en etnische muziek uit Griekenland, Joegoslavië, Bulgarije en Turkije. Afrikaanse, Indiaanse en Islamitische muziek zijn altijd zijn inspiratiebronnen geweest. In zijn zoektocht naar de roots van de muziek die hij zelf graag hoort, belandde hij in Afrika. Tallis verbleef en trad op in de States, Europa, Mexico en Azië.

Steve Tallis verwezenlijkte ondertussen al twee van zijn doelstellingen: touren in Indië (1997) en in Pakistan2003. Zijn speurtocht in de leer van de vodou (Tallis verkiest de Engels/Amerikaanse naam als naam voor de Haïtiaanse religie), Tantra, Boeddhisme, Soefisme, Bijbel, Hindoeïsme, Taoïsme en de Amerikaanse Indianen hebben hem diep getroffen.       

Tallis ontving al meerdere erkenningen, waaronder “Songwriter of the Year”, “Most Original Work” en “Album of the Year”. Hij is ook ingewijd in de Western Australia Music Hall of Fame. WAM erkent sinds 2004 die leden van de industrie, die gedurende hun carrière een uitstekende bijdrage hebben geleverd aan hedendaagse muziek in WA. Tallis ontving in 1994 de ‘Rock 'N' Roll of Renown”.

Voor dat Tallis solo ging maakte hij eerst deel uit van verschillende projecten als o.a. de JellyRoll Bakers, The Opposition, Hangover Triangle, The Guano Club en Apache Dropout, met wie hij in de studio stond. 

Met tussen 1968 en 2020, meer dan 52 album releases, kan niemand beweren dat Tallis zijn muziek niet uitdrukt door middel van opnames. Uit Steve Tallis’ solo oeuvre belichten we in dit portret vier van zijn albums. Zijn 1999-album ‘Zozo’, wat niet zijn debuutalbum was want in 1993 verscheen ‘Zombi Party’ en in 1997 ‘Monkey Skulls and Thunderstones’. Verder Loko’, dat hij in 2004 opnam met The Holy Ghosts, ‘The First Degree’ (2014) en zijn laatste album, ‘Where Many Rivers Meet’ (2020).

ZOZO (1999)

Met multi-instrumentalisten Gary Ridge en Dave Clarke nam Steve Rallis 17 tracks (16 originele nummer + 1 traditional) voor het album ‘Zozo’ (1999) op. De foto op de hoes -een voodoo masker?- en de lange lijst met instrumentatie -surdo trommel, timpani pauk, kanjira, de Braziliaanse berimbau…- verraden al direct de exotische sfeer die er rond de release hangt…

Zoals enkele andere blanke muzikanten -als Captain Beefheart, Dr. John en Tom Waits- heeft Tallis ook hier getracht de diepste wortels van de blues aan te boren. ‘Zozo’ haalt misschien niet het niveau van het beste werk van die artiesten, maar is op zijn minst zeer respectabel en maakt hoogstwaarschijnlijk contact met enkele van de originele bronnen van de blues. De tribale gezangen (“When My Blood Will Come”), het veldgeroep (“Silence is the Most Powerful Cry”) elementaire riffs en beats linkt Tallis aan meer eigentijdse teksten en visioenen en roept hiermee -net als Howlin' Wolf- een voodoo-moerasgevoel op. Het lijkt, als in de opener “Crow Magick”, alsof Tallis op de vlucht is voor demonen en geesten en ze oproept om hem te hulp te komen. Met méér dan 70 minuten is het een (te?) lange cd, gezien veel van de nummers op dezelfde groove en soms vervelende, sombere aura drijven. Voor de juiste sfeer kiezen de drie muzikanten naast de traditionele patronen op gitaar en mondharmonica en wat mandoline of viool, voor meer ongebruikelijke veldopname-achtige klanken ter ondersteuning, waarbij de percussie, op vaak voor ons onbekende instrumenten erg belangrijk is. Ik verwijs hier o.a. naar “Midnight the Cloud of Darkness”, “Abobo (There is No End)”, “Love is the Road That Will Walks” en “Jealousy (The Ripoff Man)”. Dat het ook meer “traditioneel” kan bewijst de gospelachtige songs “Big Boat Up the River” en “He Is Coming”, “I Am Your Dream” of de bluesy, wat rockende afsluiter “The Spirits Are Back”. ‘Zozo’ is Steve Tallis in Afrika, tijdens zijn zoektocht naar zijn roots. (video)

LOKO, w/ THE HOLY GHOSTS (2004)

In 2004 verscheen ‘Loko’. Het was een album dat Steve Tallis ook opnam met Gary Ridge en Dave Clarke, die zich hier voor de gelegenheid The Holy Ghosts noemen. Het was opnieuw een album met eigen nummers en met op de foto op de hoes van een in een witte doek gewikkeld personage. Om de vergelijking nog even door te trekken, was het ook een album met méér dan 70 minuten muziek. Hier stoppen de vergelijkingen echter niet.   

Ook qua stijl, klank en sfeer zijn er gelijkenissen. Naast het elementaire blues gevoel, zijn er ook hier weer ritmes met tribale smaak (“The Blessing”), enkele schakeringen van oude countrymuziek (vooral door de viool van Dave Clarke) en is er Tallis’ hartverscheurende, soms ingetogen zang. Over de nummers hangt een herkenbare rituele vibe, die met al de andere elementen samen, op je ingrijpen, wat normaal is. Wat ook hier weer een feit is, is dat de (vaak rustige) nummers qua melodie als groove zich herhalen. Inhoudelijk krijgen we Tallis’ persoonlijke kijk op serieuze kwesties (die soms door elkaar lopen) zoals racisme, spiritualiteit en romantiek, wat bijdraagt ​​aan de over het algemeen vrij ernstige toon van dit album. De tracks die me meer bijgebleven zijn zijn o.a. “Papa Loko”, “My Hands Are on Fire”, “My Conscience is Clear” en “Sacred Love”. Met ‘Loko’ vervolgt Steve Tallis zijn zoektocht naar de wortels van zijn roots, die hij nog niet definitief lijkt gevonden te hebben. (video)

THE FIRST DEGREE (2014)

Aan zijn album ‘The First Degree’ (2014) werkte Tallis -meestal als hij in Parijs verbleef, maar ook in Beaconsfield (ten NW van Londen)- zo’n zes jaren. Na het oplossen van de problemen met z’n Frans label, kon het nieuwe album uitgegeven worden. Voor het album werkte hij samen met Skip McDonald en Evan Jenkins. Tallis kent drummer Evan Jenkins al van in de jaren ’80 en Jenkins is ook al te horen op Tallis’ ‘Zombi Party’ album (1993). Ze zijn ondertussen echte vrienden geworden. Tallis kent Skip McDonald via Skip’s manager op internet. McDonald die erg staat op zijn privacy, ontmoette Tallis in Londen, waar hij akkoord ging om mee te werken aan het album. McDonald is een multi-instrumentalist. Hij speelt bas, gitaar, keys en zingt. Het album werd op drie dagen tijd opgenomen in de Soundhouse Studio’s in Ramsgate, UK.   

”The First Degree (Erzulie) is het eerste van de twaalf (enkel) originele nummers op het album. Na wat zoekwerk weten we wie of wat Erzulie is. Erzulie is een Haïtiaanse godin, waarvan de wortels in de Afrikaanse overlevering liggen. Ze is de godin van de liefde en passie. De song gaat over de passionele relatie met Erzulie: “When we make love my spirit implodes…”  Na de vrij rustig intro, met aardige orgel grooves (Skip McDonald), leidt Tallis verder met eenvoudige, maar nadrukkelijke akkoorden de song. Onmiddellijk na de opener volgt er (geopend met een gongslag) ”Athena Booboo”. Dit is een donkere track, waarin zwart niet zwarter kan en waarin blues wulps lijkt. Nog meer dan in de opener is de tekst belangrijk: “Athena Boo Boo, give me some Ju-Ju . . . when I hold you in my arm, you can feel Boo Boo my inner charm, jelly roll baking I will cook your bread, somethings are best unsaid…" Na alweer wat opzoekwerk, weten we dat ‘Ju-Ju’ een West Afrikaanse term is en algemeen gezien, ‘geluk’ betekent. Specifiek verwijst ‘Ju-Ju’ ook naar geluksbrengers als een amulet of de suggestieve spreuken, die een Afrikaanse tovenaar ritueel uitspreekt. Met ”Like Mercury (In My Blood)” komen de gitaren (inclusief de nodige pedaal effecten) voor het eerst echt op het voorplan. Dit geldt ook voor ”Speak Of The Devil (Secrets Of The 24 Moons)”, dat hier nog een extra vervolg aan breidten het wat rustigere ”A Promise Is A Cloud”. Bij het begin van de volgende track horen we buisklokken luiden. “Racisten, hypocrieten, pedofielen… opgelet!”, want in ”Silence In The House Of God” volgt de afrekening. Door het samenspel van drums en bas, blijft deze dreiging lang in de song hangen en stijgt de spanning. Het wordt voor het eerst echt bluesy (zelfs jazzy) als Tallin ”Be The Echo Of My Cry” opent. Met ”To Live Again” versnelt het tempo opnieuw en duwt de ritmesectie de gitaar van Tallin vooruit. ”Breathless” is het volgende rustpunt. Naast de gitaar melodie van Tallin zorgt McDonald voor extra bijkomende wha-wha effecten. Ook in de volgende track ”Living In Hell” zijn beide gitaren te horen. Tallin en McDonald blijven met elkaar duelleren. Power blues rock moet in dit nummer soelaas bieden, in dit door leugens verbrodde liefdesverhaal. Voor de afsluiter ”You Kill Me” is er nog ”The Panic Will Be On”,dat goed contrasteert met de vorige track en waarin Tallis een verwittigende vinger opsteekt naar de media: “The media is too scared to tell the truth, they got too much too loose, if we don't do something soon, Panic Will Be On…".

“Een niet alledaags blues album”, dit is wat we zeker kunnen zeggen van ‘The First Degree’ van de Steve Tallis. Het is een album met meerdere stijlen en emoties, dat de Afrikaanse roots van de blues verder krachtig bloot legt. (video)

WHERE MANY RIVERS MEET (2020)

Zes jaar later is er de opvolger. Steve Tallis’ achtste album ‘Where Many Rivers Meet’ werd -om een ​​heel rauw geluid te krijgen- een mono album. Het werd in 2019 opgenomen met engineer/producer Rob Grant (Lenny Kravitz, Tame Impala, Jeff Martin, Death Cab for Cutie) in de Poons Head Studio. Het is een soloalbum waarop Tallis zingt en zichzelf op een 12-snarige akoestische Guild en elektrische Gibson SG-gitaar begeleidt. Van de 25 nummers zijn er 16 originele composities, die worden afgewisseld met door hem gearrangeerde nummers.

‘Where Many Rivers Meet’ is een zeer persoonlijk album, met mijlpalen in de carrière van een muzikant die al meer dan 40 jaar de wereld rondreist. Op de hoes staat een foto van schelp, een fossiel, die verwijst naar de oorsprong van zijn muziek die zijn wortels heeft in de blues. De schelp symboliseert ook vruchtbaarheid, wedergeboorte en liefde. Was het niet dat de Griekse godin Aphrodite zich materialiseert in de oceaan, die in een zeeschelp naar de kust wordt gedragen?

Zijn laatste album, de titel voorspelt het al even, is met zijn 25 tracks een glimp van muziekstijlen uit zijn verscheidenheid aan periodes. Het is een uitgekiend album met eigen werk en bekende en minder bekende composities die Steve opnieuw heeft gearrangeerd, zoals van Huddie Leadbetter, Memphis Minnie en Blind Lemon Jefferson.

De volgende nummers zijn mijn persoonlijke “selectie”. “She Makes Me Shiver” is na de krachtige opener “Call Me” een folky nummer waarin Steve de sterkte van de liefde van een vrouw bezingt. “Early in the Morning” is de eerste van de traditionals die Steve bewerkte. Het is een traditioneel blues nummer, waarvan bij sommigen misschien de versie van Ginger Baker uit 1970 gekend is. Het vertelt het verhaal van de pijn van een zwarte man, die helemaal alleen is. “When I Wake Up” (zie video) is een eenvoudig liefdesliedje en “Stewball” al de tweede bewerking. Het is een nummer over een paard genaamd Stewball. Het verhaal achter de song? Het werklied werd in 1940 opgenomen door Lead Belly en het Golden Gate Jubilee Quartet voor het Victor-label. Skewball (met een “k” en niet “t” was een renpaard, gefokt door Francis, de tweede graaf van Goldolphin. Het paard, een ruin, was naar verluidt het best verdienende in Ierland in 1752, toen hij 11 was. De ballade ontstond over een race met hoge inzetten die plaatsvond in de Curragh in Kildare, Ierland, in maart 1752, die Skewball won. Volgens John en Alan Lomax in American Ballads and Folk Songs werd de ballade door slaven omgezet in een werklied. “Skewball” werd blijkbaar “Stewball” nadat het nummer naar de VS was gemigreerd. De titelsong “Where Many Rivers Meet” is hier toevallig de eerste song met begeleiding op elektrische gitaar. Luister ernaar als naar een gedicht: “Mijn ziel heeft geproefd mijn lippen je ziel gekust…”. Een nummer met ballen, waarin Steve zowat iedereen in de kijker zet, is “Let the Silence Suck Out the Truth”. Steve bewerkte ook “Bring Me Little Water Sylvy”. Het nummer werd in 1936 publiek gemaakt door Lead Belly. Memphis Minnie & Kansas Joe McCoynamen in 1930 al “Can I Do It for You?” op en opzich mocht Huddie Ledbetter’s “Black Betty” dan hier ook niet ontbreken?... “A Method to My Madness” is een song die je op vele manieren kan bereiken. Dixit Steve moet je in deze wereld je vasthouden aan dingen die je kan vertrouwen om te overleven. In 1927 nam Blind Lemon Jefferson twee verschillende versies op van “See That My Grave is Kept Clean”. Bij welke die van Steve aanleunt laat ik hier in het midden. Ik skip via het mooie “Whatever Touches You” en “Broken Spirit” door naar de volgende traditional “John the Revelator” die en dat kan je ook van “House of the Rising Sun” zeggen, een opmerkelijke update kreeg. “Put the Acid On” is een Steve Tallis op zijn best, “Another Man Done Gone” een kort gesproken intermezzo en de afsluiter, “Spiral” de folksong die de Tallis-cirkel van muzikale diversiteit sluit.

Steve Tallis is als songwriter een gepassioneerde, gedreven en eigenzinnig muzikant, die compromisloos in zijn artistieke integriteit en op zijn eigen manier de universele waarden van leven, dood, liefde, seks, overdracht, afstoting, delen, energie, geloof, overtuigingen, opstand oproept.

Eric Schuurmans

Steve Tallis zijn cd's zijn tekoop via zijn website of via deze LINK

 

ZOZO (1999) Album track list: 01. Crow Magick – 02. All God’s Children – 03. Bury My Body – 04. Silence is the Most Powerful Cry – 05. Cut Your Mouth Out Mama – 06. Paradise – 07. Midnight the Cloud of Darkness – 08. Boko (Sorcerer) – 09. Abobo (There is No End) – 10. Love is the Road That Will Walks – 11. Mama Lola – 12. Big Boat Up the River – 13. Jealousy (The Ripoff Man) – 14. When My Blood Will Come – 15. I Am Your Dream – 16. He Is Coming – 17. The Spirits Are Back / Songs composed by: Steve Tallis, except (12): traditional / Producer: Gary Ridge & Steve Tallis / Credits: Steve Tallis: vocs, Guild 12 string (1,5,6,8,11,13,15,17) & Martin D18 (3,9) a-, Gibson SG (1,3,5,9,11,13) e- guitar, handclaps (17) / Gary Ridge: surdo (1,9,11), concert bass drum (1,3,5,13), tampani (3,17), caxixi (6,9,17), metal shaker (11), kanjira (13), metal reco (11), snare/ hi-hat/bass drum(1,5,9,13,17), telephone book /brushes (6),  splash symbal (5), tambourine (3), handclaps (17), berimbau (2), triangle (9), percussion /loops (2,3,7,10,14,16), agogo (9), dholak (9), clusters (1), cowbell (13), timbales (5) / Dave Clarke: mandolin (1,9,13,17), violin (3,5,6,11,13), mouth organ (1,8,9,17), chromatic mouth organ (6), handclaps (17), “Clarke” steel guitar (8)

LOKO (2004) Album track list: 01. The Blessing – 02. Animal - 03. Papa Loko – 04. Healing by the First Intention – 05. My Hands Are on Fire – 06. Coward Howard – 07. Prayer Wheel – 08. Kama – 09. Dynamite – 10. Out of Control – 11. From Disease – 12. My Conscience is Clear – 13. Stop the Racist Bus – 14. For God’s Sake – 15. Sacred Love / Songs composed by: Steve Tallis / Producer: Gary Ridge & Steve Tallis / Credits: Steve Tallis: vocs, guitar & The Holy Ghosts: Gary Ridge: agogo (4,10), bells (14), berimbau (10), caxixi (4,6,10,13), congas (5,8), dholak (2,5,11,14), drums (4,8,9), guiro (2,8), handclaps (5,11,14), kanjira (5-7,13), shakers (4,6,10,11,14), surdos (3,4,12), tamborims (4), triangle (4,10), udu pot (3,7) / Dave Carke: violin (2-4,6,9,10-13,15), sojo (3,5,7,14), mouth organ (5,7,8,10), handclaps (14)

THE FIRST DEGREE (2014) Album tracks: 01. The First Degree (Erzulie) – 02. Athena Booboo – 03. Like Mercury (In My Blood) – 04. Speak of the Devil (Secrets of the 24 Moons) – 05. A Promise is a Cloud – 06. Silence in the House of God – 07. Be the Echo of My Cry – 08. To Live Again – 09. Breathless – 10. Living in Hel – 11. The Panic Will Be On – 12. You Kill Me – All songs composed by Steve Tallis – Produced by Skip McDonald and co-produced by Steve Tallis, Evan Jenkins & Matt Smyth / Feat. Evan Jenkins & Skip McDonald | Credits: Steve Tallis: vocs, guitar / Skip McDonald: bass, guitar (2,3,5,7,9,10), organ (1,4,8,10,12), tubular bells (6), vocals (5,11) / Evan Jenkins: drums, tambourine (3,5,6,8), shakers, maracas (2), bullfrog guiro (2)

WHEN MANY RIVERS MEET (2020) Album track list: 01. Call Me – 02. She Makes Me Shiver – 03. Yum Yum Man – 04. Early in the Morning* - 05. When I Wake Up – 06. Someone is Missing – 07. No Rest for the Wicked – 08. Stewball* - 09. Wade in the Water – 10. Where Many Rivers Meet – 11. Let the Silence Suck Out the Truth – 12. Bring Me Little Water Sylvy [Huddie Ledbetter] – 13. Ain’t Nothing Like a Woman – 14. Hold Your Nerve – 15. Can I Do It for You? [Memphis Minnie & Kansas Joe McCoy] - 16. Black Betty* - 17. A Method to My Madness – 18. See That My Grave is Kept Clean [Blind Lemon Jefferson] - 19. Whatever Touches You – 20. Broken Spirit – 21. John the Revelator* - 22. House of the Rising Sun* - 23. Put the Acid On – 24. Another Man Done Gone* - 25. Spiral / All songs composed by: Steve Tallis, exc. (12,15,18) arranged by Steve Tallis – (4,8,16,21,22,24): traditionals*, arr. by Steve Tallis, or as [noted: 12,15,18] / Produced by Steve Tallis & Rob Grant / Credits: Steve Tallis: vocs, 12 string & e- guitars

Discography STEVE TALLIS: 7-Where Many Rivers Meet [2020] | 6-The First Degree [2014] | 5-Jezebel Spirit [2006] | 4-Loko, w/the Holy Ghosts [2004] | Anthology Volume 1: The Sacred Path of the Fried Egg – From Maylands to the Gates of Hell (1962-2001) - 8 CD Box Set plus 52-pages Booklet [2001] | 3-Zozo [1999] | 2-Monkey Skulls & Thunderstones [1997] | 1-Zombi Party [1993] || EP, cassettes, singles / live: The Paris Sessions (cassette) [1998] | Washboard Unit / Experience – The Shelter Sessions (cassette) [1990] | Live @ the Stoned Crow (cassette) [1988] | Alexander Monkey / Cinema Masquerade (single, Monkey Music) [1987] | A Woman is a secret / Drunk (single, Lizard Records) [1986] | Scarecrow / Three times in one hundred dozen moons / Desire (EP, Lizard Records) [1983] | The Armstrong Sessions (cassette) [1974] || w/Bands: Apache Dropouts – First Girl on the Dance Floor Wins a Night out with the Sax Player [1991] | Apache Dropout – Live @ the WA Institute of Technology (cassette) [1983] | Steve Tallis & the Guano Club, Live in New York (cassette) [1982] | Steve Tallis & the Opposition – On the Floor (LP, Fried Record Company) [1979] | Hangover Triangle – The Sweetcorn Sessions (cassette) [1978] | Lucy Crown Survival concerts – Live @ the Octagon Theatre (cassette) [1971] | Jellyroll bakers (2LP) [1969] | Jellyroll Bakers (single) [1968] ||

“The Conversation” (interview)

 

 

Artiest info
Website  
 

youtube

video